De kippenrassen op onze boerderij vallen allen onder de groep zeldzame Oud-Hollandse hoenderrassen. Sinds 4 oktober 2011 is er op het achterterrein een inloophok waar de hoenders nog beter kunnen worden bewonderd.
Een overzicht van onze kippenrassen: Lakenvelder, Noord Hollandse Hoen, Brabanter, Chaams Hoen, Hollandse kriel, Sabelpoot kriel.
Nieuwe aanwinst in 2011: Uilebaard, Kraaikop, Groninger meeuw, Brabants boerenhoen, Hollands kuifhoen, Blauwe pauw.
Lakenvelder

Een lakenvelder is een kippenras. De naam is gebaseerd op de tekening van het verenkleed, het is als of er een wit laken over het dier heen ligt. Deze tekening is ook te vinden bij andere dieren zoals koeien en muizen. De lakenvelder valt onder het lichte landhoentype en valt als nut ras onder de leg- en sierrassen.
Noord Hollandse Hoen

Het Noord-Hollandse hoen of de Noord-Hollandse blauwe is een kippenras dat gefokt is om een goede combinatie van een legkip en een vleeskip te geven. De oorsprong ligt deels in het Mechelse hoen. De Noord-Hollandse blauwe kenmerkt zich door de bijzondere blauwwitte tekening en door de onbevederde poot.
Brabanter

De Brabanter is een zeer oud Nederlands kippenras. Dit hoenderras is nauw verwant aan de Nederlandse uilebaard.
Het belangrijkste kenmerk van de Brabanter is de kuif. De kuif is opstaand, van links en rechts platgedrukt en iets naar voren gebogen. Daarnaast hebben de dieren een driedelige baard. Voor op de kop heeft de haan een hoorntjeskam. Aangezien de dieren een baard hebben, zijn er geen kinlellen aanwezig. De dieren komen voor in de kleurslagen geel witgetoept, gezoomd blauw, goud zwartgetoept, koekoek, wit, zilver zwartgetoept, zwart. Op de Weverkeshof hebben we de geel wit getoepte variant.
Chaams Hoen

Het Chaamse hoen, plaatselijk de "Kaamse Kiep" of "Kaamse Pel", werd tot begin vorige eeuw ten zuiden van Breda op vele boeren erven gehouden als nuthoen. Het Chaamse hoen stond bekend als een gehard ras, dat zich op de schrale Brabantse zandgronden goed wist te handhaven. Op de Weverkeshof vind je de hoen in de kleurslag Goudpel.
Hollandse kriel

De Hollandse Kriel is de kleinste Nederlandse kip, met een gewicht dat varieert van 450 gram bij de hen tot een ruime 550 gram bij het haantje. Ze is in Nederland sinds 1906 als ras erkend. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag patrijs.
Sabelpoot kriel

De lange gierhakken - gelijkend op sabels - zorgden voor de naam Sabelpoten. De Nederlandse Sabelpoten behoren tot de oudst bekende dwerghoenderrassen. Reeds in de zestiende eeuw werden ze door Adriaan van Utrecht afgebeeld. Aangenomen wordt dat hun oorsprong in Oost-Azië ligt. De bij de Sabelpoten zeer bekende porseleinkleur komt daar van oudsher voor. Zowel qua karakter als qua algemeen voorkomen is er een kennelijke verwantschap met de Japanse krielen. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag porselein.
Uilebaard

De Nederlandse uilebaard is één van de oudste Nederlandse kippenrassen. Op schilderijen uit de vroege 17e eeuw is al een kip te zien die de eigenschappen bezit van de Nederlandse uilebaard. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag zilver-zwart getoept.
Kraaikop

De Kraaikop is een oud Nederlands hoenderras. De naam is gebaseerd op het uiterlijk van het dier; de kop heeft sterke gelijkenis van de kop van een kraai. In andere landen wordt in de naam verwezen naar de plek van origine, namelijk Breda. Zo heet de Kraaikop in Groot-Brittannië bijvoorbeeld Breda Fowl. Het ras is verwant aan het Hollandse kuifhoen, iets wat te zien is aan het plukje veren bovenop de kop en aan de opstaande neusgaten. De dieren hebben geen kam. Andere kenmerken voor de Kraaikop zijn de gierhakken en de voetbevedering. De hennen zijn goede leggers en leggen bijna het hele jaar door witte eieren. Van oorsprong is de Kraaikop echter een vleesras. De dieren komen voor in de kleurslagen gezoomd blauw, koekoek, wit en zwart. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag koekoek.
Groninger meeuw

De Groninger meeuw is een hoenderras dat aan het eind van de 18e eeuw is ontstaan op het Groninger grondgebied uit zwaardere Friese hoenders met donkerbruine ogen dan we nu kennen en de Duitse Oost-Friese meeuw. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag zilverpel.
Brabants boerenhoen

Het Brabantse boerenhoen of de Brabançonne is een Belgisch-Brabants kippenras dat afstamt van Europese kuifhoenders. Oorspronkelijk bereikte het ras een redelijke populariteit als legkip, niet alleen vanwege de grote legcapaciteit van tot 200 eieren per jaar, maar ook de grootte van de eieren. Tegenwoordig wordt het ras vooral als hobbykip gehouden. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslag kwartel.
Hollands kuifhoen

Het Kuifhoen (officiële naam Hollandse Kuifhoender) wordt beschouwd als een oorspronkelijk Nederlands kippenras. Het ras is al te zien op schilderijen uit het begin van de 17e eeuw, maar komt waarschijnlijk al langer voor in de Nederlanden. Waarschijnlijk komt het ras voort uit de Russische Pawlowa-hoenders. Op de Weverkeshof hebben we de kleurslagen zwart-wit en wit.
Kalkoen

Oorspronkelijk hoort de kalkoen thuis in Amerika. Het is een vogel die graag in lichte bossen leeft. De kalkoen loopt liever over de grond dan dat hij vliegt. Hij brengt de nacht door op takken om zoveel mogelijk beschermd te zijn tegen roofdieren. Voedsel vindt hij op de grond.
Wanneer een kalkoen gaat broeden, maakt hij zijn nest op de grond. Hij maakt een soort kuiltje waarin hij zijn eieren legt. Een kalkoen kan wel acht eieren leggen.
Je kunt het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zien doordat de mannetjes iets groter zijn en langere staartveren hebben. Wanneer een mannetjeskalkoen kwaad is of wanneer hij indruk wil maken op een vrouwtje, kleurt zijn kop roder, zet hij zijn staartveren op en worden de lellen bij zijn snavel dikker. Ook maakt hij dan een bepaald geluid om zich goed te laten horen.
