Weverkeshof

Vogels

Op de Weverkeshof zijn verschillende soorten vogels te vinden zoals de pauw, de kalkoen en de duif.

Pauw

Pauwen zijn middelgrote hoendervogels; de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn drie soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus), de groene pauw (Pavo muticus), de Congopauw (Afropavo congensis).

In het wild leven pauwen in Noord-Indië. Er zijn verschillende soorten pauwen. Ze behoren tot het geslacht van de fazantachtige. De pauwen op de Weverkeshof zijn blauwe pauwen. Het zijn vogels waarvan de haan met zijn lange rugveren tot de mooiste vogels behoort.

De pauw spreidt zijn veren niet omdat hij trots is, maar omdat hij het wijfje probeert te lokken. Pauwen zijn loopvogels. Ze kunnen niet goed vliegen. Net als hun buren de kalkoenen, slapen ook de pauwen op de takken van de bomen.

Wanneer de mannetjes ‘roepen’ wil dat zeggen dat de andere mannetjes uit de buurt moeten blijven en dat dit zijn territorium is. Ook is het een manier om andere pauwen te waarschuwen wanneer er gevaar dreigt.

Valkparkiet

Men denkt dat de valkparkiet zijn naam te danken heeft aan het feit dat de elegante vlucht van deze parkietensoort vergelijkbaar is met de vlucht van de valk. In het wild is de valkparkiet praktisch in het gehele binnenland van Australië te vinden. Ze leiden er een rondzwervend bestaan in kleine groepjes van 10 tot 30 vogels, steeds zijn ze op zoek naar voedsel- en drinkgelegenheden. Bij extra droge periodes komt het soms op die plaatsen tot massabijeenkomsten van enkele honderden tot zelfs duizenden valkparkieten.

De valkparkiet behoort tot de soort van de papegaaiachtige. Bij valkparkieten vertoont de man broedgedrag en zorgen de ouders samen voor het voeren van de jongen. Dit komt vrijwel niet voor bij andere parkieten- of grote papegaaiensoorten. Een vrouwtje valkparkiet wordt een pop genoemd. De grootte van een broedsel kan liggen tussen de 4 tot 7 eieren. Ze worden ongeveer 21 dagen. Met een goede verzorging en een gevarieerd voedselaanbod kan de valkparkiet gemakkelijk 25 jaar worden.

Duif

Duiven leven in het wild grotendeels in bomen en zijn sterke en behendige vliegers. Duiven zijn over het algemeen monogaam en bouwen hun nest in bomen of struiken. Sommige soorten gebruiken ook rotsspleten of boomholten om hun nest in te bouwen. Beide ouders dragen zorg over de eieren in het nest. Enkele van de meest voorkomende duivensoorten zijn de rotsduif, houtduif en de tortelduif.

Geschiedenis:

Ver voor het begin van onze jaartelling ging men in landen als Perzië, Griekenland en Egypte over tot het houden van duiven. Zo ontstond er een tamme soort. De duiven die men toen hield, waren vooral bedoeld voor consumptie, om op te eten dus. De oude Romeinen en Grieken (ca. 500 voor Christus) kwamen op het idee om de duiven ook te gaan gebruiken voor het versturen van berichten. Vooral in tijden van oorlog en rampen gebruikte werden met grote regelmaat duiven ingezet om snel belangrijke berichten over te brengen.

In de 16e eeuw bracht werden de eerste duivenhokken ondergebracht in torens, waarin soms wel plaats was voor 2000 duiven. Alleen edelen mochten dergelijke duiventorens bouwen. De ontlasting van de duiven werd gebruikt om de landerijen te bemesten. Voor ‘duivenpoep’ werd in die tijd erg veel geld betaald.