Ieder jaar rond de maand mei vind er op de Weverkeshof een demonstratie "honingslingeren" plaats. Deze activiteit is meestal gecombineerd met het schaapscheren.
Honing
De grondstof voor honing is nectar. Die nectar halen de bijen uit de bloemen van planten en bomen. De bijen zetten nectar om in honing met behulp van o.a. enzymen, die ze zelf maken.
Honing wordt door de bijen gebruikt als brandstof en voor een groot deel als voedselvoorraad voor de winter. Door het hoge suikergehalte in de honing is de honing niet onderhevig aan bederf. Het suikergehalte moet boven de 80% hiervoor zijn. De bijen bereiken dit door het water uit de honing te onttrekken en daarna de cel te verzegelen met bijenwas.
De imker die honing wil oogsten zal dan ook alleen verzegelde honing slingeren, komt er te veel onverzegelde honing in de honing dan zal deze gaan gisten en niet meer geschikt zijn voor consumptie.
Oogsten van honing
Haal de raampjes met verzegelde honing uit het volk, door een uitloopplank te plaatsen tussen de honingkamer (bovenin de kast) en de rest van de kast. Dit is vrij eenvoudig: de bijen kunnen wel uit de honingkamer, maar niet meer terug in de honingkamer komen. De verzegelde honingraten neemt de imker mee naar een schone ruimte waar ook geen bijen binnen kunnen komen. Eerst wordt nu de honing ontzegeld met behulp van een ontzegelvork (ook een ontzegelmes is mogelijk) en ontzegelbak.
De ontzegelde ramen worden nu in de honingslinger geplaatst en het slingeren kan beginnen.
Hier zie een honingslinger. Dit is een handslinger. Er zijn er ook die elektrisch worden aangedreven, om het je makkelijker te maken. De honing wordt door de centrifugaalkracht tegen de binnenwand van de ketel geslingerd, zakt dan naar beneden en kan dan via de aftapkraan uit de slinger gehaald worden.
De honing gaat vanuit de slinger in de dubbele honingzeef waarna ze opgevangen wordt in een aftapvat (een stevige emmer kan ook).
De honing kun je nu afvullen in schone potjes. Verstandiger is het om de honing eerst enige tijd te laten staan waardoor luchtbelletjes en kleine partikeltjes raat boven komen drijven, die er dan afgeschept kunnen worden.
Alle echte (niet gekookte) honing zal ooit gaan versuikeren. Afhankelijk van de soort bloemen waar de nectar van afkomstig is, is dat snel of pas later.
Het is ook mogelijk om van gewone honing crèmehoning te maken. In dat geval heb je geen last van versuikeren, want je bent dan dit proces voor. Voor het maken van crèmehoning voeg je een klein beetje al versuikerde honing (of crèmehoning) toe aan de jonge honing in de emmer. Gedurende twee weken moet je dan dagelijks de honing met een honingmenger door elkaar mengen. Daarna heb je een wit-achtige, goed smeerbare honing, die niet meer verder zal versuikeren.
Sommige mensen hebben liever deze crème-honing, anderen prefereren de onbewerkte honing met het risico van kristaliseren. Gekristalliseerde honing kan weer vloeibaar worden gemaakt door verwarming au-bain-marie, of door het potje op de verwarming te plaatsen. Laat de honing echter nooit warmer dan 40 graden worden, want anders verdwijnen de kostbare enzymen die in de honing zitten.
Het resultaat: honing!





