Weverkeshof

Honingbijen

De honingbijen worden beheerd door de imkers Bert Lemmens en Paul Koppelman. Zij werken, ook vanwege de rustige aard van onze bijen, zelden in het imkerpak. Wel werken ze erg rustig en met imkerpijp, om het bijenvolk nog rustiger te maken, als ze in de bijenkast moeten werken.

Met mooi weer gedragen de bijen zich ook het rustigst, met onweer zijn ze enigszins onrustig en is het beter dat je uit de kast blijft. Zoals je in de pers wel hebt gehoord of gelezen gaat het de laatste jaren minder goed met de bijen. Door de aanwezigheid van de Varroa-mijt is de bij extra gevoelig voor landbouwvergif, virussen, schimmels en bacteriën. Het is dus belangrijk dat we aan Varroa-mijt bestrijding doen, naast ervoor te zorgen dat we ook de andere slechte invloeden tegengaan.

In de top van het seizoen, in juni, leven er soms wel een volk van 60.000 bijen in een bijenkast. Dat ene volk heeft maar 1 koningin. Het overgrote deel van de bijen in de kast is werkster. Naast die werksters is zo’n 2-5% van de kastbevolking dar (mannetjes). Darren zijn er om de koninginnen te bevruchten, en doen verder niets. Ze kunnen niet steken, geen raten bouwen, geen honing of stuifmeel halen, geen kast bewaken. Ze kunnen alleen maar eten en in de weg lopen. Voor de winterzit, die al wordt voorbereid in augustus, worden ze dan ook allemaal gedood en opgeruimd door de werksters. In de winter loopt de omvang van een volk terug tot zo’n 10.000 werksters plus 1 koningin.

Bijen zijn volledig vegetarisch en halen al hun voedsel (honing en stuifmeel) uit bloemen. Ze zullen je, net zomin als hommels, niet zo snel steken. Alleen als ze bekneld raken, of als je hun kast binnendringt zullen ze je kunnen steken. De bij overleeft het niet als zij een mens heeft gestoken.
Wespen zijn, in tegenstelling tot bijen en hommels, vleeseters.
Een wespenvolk eet in een jaar wel 3 emmers vliegen en muggen en gaat in juli, augustus op zoek naar zoetigheid. Zij komen dus wel af op ijsjes, limonade en dergelijke. Ze komen dus in de buurt van mensen, die ze weg proberen te slaan. En dan steken wespen wel. Zij kunnen ook vaker dan 1 keer steken.
Als ik de bijen op Weverkeshof laat staan en er is een gemiddeld mooie zomer, kan ik wel zo’n 15 kilo honing per volk oogsten. Er zijn imkers, die met hun volk op reis gaan naar gebieden waar extra veel bloemen, planten (=dracht) zijn. Op die manier en ook als we een erg goed voorjaar en zomer hebben, kan de honingoogst soms wel tot 50 kilo oplopen. Dan moet er wel meerdere malen honing worden geslingerd.
Wel of niet reizen: de imker moet er wel voor zorgen dat het volk zo’n 15 kilo suiker terugkrijgt als wintervoer. Dit invoeren van suiker, in de vorm van suikerwater, begint soms al in juli.

En hebben de bijen het naar hun zin op Weverkeshof ? Al onze 4 volken hebben de winter van 2010/2011 overleefd. In 2011/2012 zijn we met 3 volken de winter ingegaan en die leven nu ook nog (12 december 2011) .  Onze ervaring leert dat de verdwijnziekte in november of december toeslaat, dus we hebben nu goede hoop.
Mede door onze goede zorgen en een beetje geluk zijn onze volken niet het slachtoffer geworden van de verdwijnziekte, die er voor zorgt dat over heel Nederland zo’n 25% van de volken per winter verdwijnt.