Ons land kent enkele honderden soorten, die ons nooit lastig vallen en alles helemaal alleen doen. Ze maken hun nestjes in aanwezige gangen of graven die uit in vermolmd hout of in de grond. Enkele soorten maken zandurntjes.
Wespen zoeken “vlees” in plaats van stuifmeel. Andere insecten dienen daarom als eiwitbron. Wespen zijn dus zeer nuttig. Ze helpen immers mee in het bestrijden van “plaaginsecten”, zo zijn er vele soorten, die luizen vangen. Andere soorten verzamelen vliegen of kevers of rupsen. De buitgemaakte dieren worden verlamd en in de klaargemaakte nestholte gebracht, die na het leggen van een ei wordt afgesloten.
Ook hier verschijnt de nieuwe generatie meestal pas een jaar later. In een gifvrije tuin kunnen deze dieren goed bijdragen aan het biologisch evenwicht.
Er is echter een bijzonder probleem voor de solitaire bijen en wespen. In onze nette wereld is geen gaatje meer te vinden en staat geen enkel hol takje of sprietje langer dan een seizoen overeind. Ook vermolmd hout blijft nergens lang genoeg liggen en hout met kevergaten erin wordt zo gauw mogelijk opgestookt. Maar daarmee ruimen we alle nestmogelijkheden op. Daarom kunnen we een grote bijdrage leveren aan het voortbestaan van vele unieke en nuttige dieren door het aanbieden van nesthulp.



