Schapen

Schapen

Kempisch heideschaap

Achter op de weilanden lopen vier Kempische heideschapen. Afgelopen winter is er een ram op bezoek geweest bij onze ooien ( vrouwtjes schaap ).

En nu hebben we goed nieuws!! De eerste lammetjes zijn geboren……….

Kijk eens wat een trotse moeders met hun kroost er nu rondloopt.

       

       

De oorsprong van het Kempisch heideschaap ligt in oostelijk Noord-Brabant, rond Uden, in De Kempen en De Peel. Het is een schapenras dat erg geschikt is voor schrale graslanden zoals o.a. de Strabrechtse Heide.

De ooien en de rammen zijn altijd ongehoornd. De wol opbrengst is gemiddeld drie kilo. Dit schaap is bekend vanwege haar uitzonderlijk hoge kwaliteit van de wol. Er groeit namelijk wel tien keer meer haar uit één vierkante centimeter huid dan van bijvoorbeeld het Drents heideschaap. Een andere belangrijke reden waarom dit schaap werd gehouden was de vleesconsumptie.

Helaas kon de goede wol opbrengst en het vlees niet verhinderen dat in 1965 het Kempisch heideschaap met uitsterven werd bedreigd. In 1967 werd Stichting Het Kempisch heideschaap opgericht. Zij hebben door een fokprogramma ervoor gezorgd dat de Kempische heideschapen weer in grote groepen te zien zijn. Ze worden nu veelal ingezet in het beheer van natuurreservaten (heidereservaten) en randstedelijke begrazing.

De kop en de poten zijn veelal wit van kleur, maar soms bruin of gespikkeld.

Al onze schapen worden nog altijd ambachtelijk geschoren, met de hand.

Piet Kelderman scheert al meer dan veertig jaar schapen ambachtelijk, onlangs werd hij op de Veluwe daarvoor onderscheiden.

Hier ziet u Piet aan het werk met het verwijderen van de wol bij een Drents heideschaap.

SCHEREN_2014_24_5 3

 

 

Drents heideschaap

Tegenover de ingang van Dorpsboerderij Weverkeshof ligt een apart weiland waar het Drents heideschaap graast.

Het Drents heideschaap behoort tot de oudste schapenrassen van Europa. Al zesduizend jaar geleden kwam het toen nog niet beschreven ‘ras’ al in Drenthe voor.  Dit sterke en oorspronkelijke schaap was geschikt voor het begrazen van schrale zandgronden en heeft zijn voortbestaan te danken aan zijn mestproductie. Drenthe en Brabant kenden uitgestrekte heidegebieden. Dankzij de schapen werd landbouw mogelijk, al was het maar op kleine schaal.

De productie van mest was eigenlijk niet zo’n ingewikkeld proces. Overdag werden de schapen op de heiden gelaten en ’s avonds werden ze op stal gezet. De mest werd vermengd met heideplaggen en hiermee werd het akkerland bemest. op het moment dat de kunstmest zijn intrede deed was de mest niet meer van belang en omdat het heideschaap verder weinig economische waarde had werd het al snel met uitsterven bedreigd.

Hierboven zie je 2 foto’s van een ram. Kijk eens hoe fraai zijn hoorns zijn!