Vogels

Op de Weverkeshof zijn verschillende soorten vogels te vinden zoals de pauw, de kalkoen, de valkparkiet, zebravink, kwartel en de duif.

Pauw

blauwe_pauw2  Pauwen (6)

Pauwen zijn middelgrote hoendervogels; de haan wordt gekenmerkt door een lange staart. Er zijn drie soorten: de blauwe pauw (Pavo cristatus), de groene pauw (Pavo muticus), de Congopauw (Afropavo congensis).

In het wild leven pauwen in Noord-Indië. Er zijn verschillende soorten pauwen. Ze behoren tot het geslacht van de fazantachtige. De pauwen op de Weverkeshof zijn blauwe pauwen. Het zijn vogels waarvan de haan met zijn lange rugveren tot de mooiste vogels behoort.

De pauw spreidt zijn veren niet omdat hij trots is, maar omdat hij het wijfje probeert te lokken. Pauwen zijn loopvogels, ze kunnen niet goed vliegen. Maar goed genoeg om naar de onderste takken van de bomen te vliegen waar ze dan gaan slapen.

Wanneer de mannetjes ‘roepen’ wil dat zeggen dat de andere mannetjes uit de buurt moeten blijven en dat dit zijn territorium is. Ook is het een manier om andere pauwen te waarschuwen wanneer er gevaar dreigt.

Kalkoen

kalkoen                     Kalkoenen

Oorspronkelijk hoort de kalkoen thuis in Amerika. Het is een vogel die graag in lichte bossen leeft. De kalkoen loopt liever over de grond dan dat hij vliegt. Hij brengt de nacht door op takken om zoveel mogelijk beschermd te zijn tegen roofdieren. Voedsel vindt hij op de grond.

Wanneer een kalkoen gaat broeden, maakt hij zijn nest op de grond. Hij maakt een soort kuiltje waarin hij zijn eieren legt. Een kalkoen kan wel acht eieren leggen.

Je kunt het verschil tussen mannetjes en vrouwtjes zien doordat de mannetjes iets groter zijn en langere staartveren hebben. Wanneer een mannetjeskalkoen kwaad is of wanneer hij indruk wil maken op een vrouwtje, kleurt zijn kop roder, zet hij zijn staartveren op en worden de lellen bij zijn snavel dikker. Ook maakt hij dan een bepaald klokkend geluid om zich goed te laten horen.

Valkparkiet

Valkparkiet

Men denkt dat de valkparkiet zijn naam te danken heeft aan het feit dat de elegante vlucht van deze parkietensoort vergelijkbaar is met de vlucht van de valk. In het wild is de valkparkiet praktisch in het gehele binnenland van Australië te vinden. Ze leiden er een rondzwervend bestaan in kleine groepjes van 10 tot 30 vogels, steeds zijn ze op zoek naar voedsel- en drinkgelegenheden. Bij extra droge periodes komt het soms op die plaatsen tot massabijeenkomsten van enkele honderden tot zelfs duizenden valkparkieten.

De valkparkiet behoort tot de soort van de papegaaiachtige. Bij valkparkieten vertoont de man broedgedrag en zorgen de ouders samen voor het voeren van de jongen. Dit komt vrijwel niet voor bij andere parkieten- of grote papegaaiensoorten. Een vrouwtje valkparkiet wordt een pop genoemd. De grootte van een broedsel kan liggen tussen de 4 tot 7 eieren. Ze worden ongeveer 21 dagen. Met een goede verzorging en een gevarieerd voedselaanbod kan de valkparkiet gemakkelijk 25 jaar worden.

Bij ons in de volière leven ze samen met Zebravinken en Kwartels, en dat gaat prima!

Duif

Dieren Weverkeshof 03-2012 039     Nonduiven (1)

 

Onze duiventil wordt bewoond door Amsterdamse baardtuimelaars en Nonduiven.
Onze sierduiven mogen gewoon los rondvliegen. Ze weten dat de duiventil hun ‘huisje’ is, dus ze vliegen niet weg.
Helaas heeft dat losvliegen ook een nadeel. Terwijl ze rondvliegen bij de boerderij kan een roofvogel ze vangen.

Duiven leven in het wild grotendeels in bomen en zijn sterke en behendige vliegers. Duiven zijn over het algemeen monogaam en bouwen hun nest in bomen of struiken. Beide ouders zorgen voor de eieren in het nest. Maar als het vrouwtje (duivin) op het nest zit heeft het mannetje (doffer) vrij spel. Hij zal proberen om ook nog met andere vrouwtjes te paren.

Enkele van de meest voorkomende duivensoorten zijn de rotsduif, houtduif en de tortelduif.

Geschiedenis:

Ver voor het begin van onze jaartelling ging men in landen als Perzië, Griekenland en Egypte over tot het houden van duiven. Zo ontstond er een tamme soort. De duiven die toen werden gehouden, waren vooral bedoeld voor consumptie, om op te eten dus. De oude Romeinen en Grieken (ca. 500 voor Christus) kwamen op het idee om de duiven ook te gaan gebruiken voor het versturen van berichten. Vooral in tijden van oorlog en rampen werden met grote regelmaat duiven ingezet om snel belangrijke berichten over te brengen.

In de 16e eeuw bracht werden de eerste duivenhokken ondergebracht in torens, waarin soms wel plaats was voor 2000 duiven. Alleen edelen mochten dergelijke duiventorens bouwen. De ontlasting van de duiven werd gebruikt om de landerijen te bemesten. Voor ‘duivenpoep’ werd in die tijd erg veel geld betaald.