Honingbijen

Bijen

Onze honingbijen zijn de bijen van onze Weverkeshof-imkers Bert Lemmens en mij: Paul Koppelman. Hoewel wij, net zoals meer dan 85% van de Nederlandse imkers, werken met een rustig bijenras: de Carnica (Apis Mellifera Carnica), zijn voor ons een paar steken per jaar onvermijdelijk. Als de imker rustig en voorzichtig werkt wordt er niet gestoken, maar als een bij letterlijk in de klem komt, zal ze steken. Jammer voor de imker en jammer voor de bij, want die sterft na een steek op mens of dier.
Bijen en hommels zullen dus eigenlijk nooit steken, alleen als ze, zoals ik eerder zei, in de knel komen, of als je hun “huis” openbreekt en binnendringt.
Imkers zul je dus vaak zonder imkerpak zien, maar wel met de imkerpijp, om de bijen wat rustiger te maken. Als we echt middenin de bijenkast moeten zijn zullen we echt wel het imkerpak aantrekken. Dat werkt echt rustiger. Een steek op hand of vinger voel ik al bijna niet meer, maar een op je gezicht: dan ziet dat gezicht er even niet uit.

Bijen en hommels zorgen voor het bevruchten, en dus voor een (betere) oogst van 85% van de soorten van ons plantaardig voedsel. De wind zorgt voor de bevruchting van o.a. alle granen en grassen en helpt een beetje mee aan de bevruchting van het andere plantaardige voedsel. Over wespen later nog iets.
Bijen en hommels zijn dus absoluut noodzakelijk als het om ons voedsel gaat. Ze zijn ook vegetarisch: ze gebruiken alleen het stuifmeel en de nectar van bloemen (de losse, in struiken, maar vooral in de bomen). Heel grof benoemd is dat voor de bijen het vroege voorjaar met vooral de wilgen, daarna volgt de periode dat de fruitbomen bloeien en vanaf begin juni tot in juli bloeit de linde. Daar tussendoor bloeit natuurlijk ook de hazelaar, vogelkers, acacia, kastanje en nog zoveel meer, maar de imker benoemd ze als de perioden: wilg, fruitbomen en linde. Met de bloei van de linde, wanneer de bijenvolken op hun grootst zijn, zien we voor de bijen ook de voorbereiding van hun winterperiode.
Wij beginnen dan met de zomervakantie en de bijen hebben dan de winter al in hun hoofd.
Hoewel een enkel volk nog bij de hei wordt gezet, die van begin augustus, tot begin september bloeit, werken verreweg de meeste bijenvolken dan aan de voorbereiding van de winter. Vanaf juli worden de bijenvolken kleiner. Zijn ze eind juni nog 40.000 tot 50.000 bijen groot, vanaf dat moment tot het einde van de winter krimpen ze in tot een grootte van 10.000 bijen.
Leven zomerbijen maar 6 weken, de winterbijen die vanaf augustus/september geboren worden, leven wel 6 maanden.
Ze zitten ook iets anders in elkaar, al zie je dat aan de buitenkant niet. Ze hoeven ook voor veel minder larven te zorgen en er is ook amper honing te halen. De grote bloei is voorbij en het wachten is op zonnige dagen in februari/maart als ze met temperaturen boven de 9 graden weer kunnen gaan vliegen.
In de zomerkast of –korf zitten dus 40.000 tot 50.000 bijen. Die groei begint vanaf februari/maart als het weer wat beter wordt, vanaf 10.000 bijen. In enkele maanden groeit het volk weer enorm.
Het bijenvolk bestaat bijna alleen uit werksters (de vrouwtjes). De werksters, maken de nieuwe raten, maken de gebruikte cellen schoon, voeren de larven, verzorgen de koningin, vullen de cellen met stuifmeel of honing, halen honing en stuifmeel en verdedigen de bijenkast.
In het volk zit een (1) koningin. Zij is het die de eitjes legt. In de toptijd wel 2.000 eitjes per dag. Dan zijn er in een volk vanaf april ook nog ongeveer 2-4% darren.
Zij zijn er om verder weg koninginnen van andere volken te bevruchten. Dat doen ze ook maar een keer. Of nooit. De darren kunnen niet steken, halen geen nectar of stuifmeel, verzorgen niets in de bijenkast. Ze doen eigenlijk niets, lopen soms in de weg, maar eten wel mee uit de bijenkast. Bij het voorbereiden van de winterzit vindt de darrenslacht plaats. De werksters steken de darren eind augustus allemaal dood of verjagen ze uit de bijenkast. Ze zijn nu niet meer nodig. Volgend jaar zorgt de koningin dat er wel weer een aantal nieuwe darren komt.

Wespen
Nog even wat over wespen, dat had ik beloofd. Wespen zijn vleeseters. Ze doen dus ook niet mee aan de bevruchting van planten door het halen van stuifmeel en nectar.
Zijn ze daarom onnuttig? Nou, niet helemaal: in een jaar haalt een volk wespen soms wel twee emmertjes muggen en vliegen uit de lucht. Dat is dan weer mooi meegenomen voor ons. Nadeel is wel dat ze ons vanaf juli/augustus lastig komen vallen, omdat ze zoetigheid nodig hebben. Een wespenvolk leeft eind september niet meer (alleen een koningin voor volgend jaar verstopt zich op een rustige plaats voor een winterslaap). Dat gaat geleidelijk. De oude wepenkoningin legt vanaf juli minder eitjes. De minder larfjes, die daar uitkomen leveren dus ook minder uitwerpselen. “Wat heeft dat er nou mee te maken?”, hoor ik jullie al zeggen. In larvenuitwerpselen zit een zoetigheid, die de wespen eten. Minder larven = minder poep = minder zoetigheid. De wespen gaan dan op zoek naar andere zoetigheid: jouw ijsje, jouw limonade bijvoorbeeld. Dan worden ze dus lastig in juli-augustus. En aangezien ze, ook door ons gewapper met de handen om ze weg te jagen, wat chagrijniger zijn dan bijen en hommels, steken ze weleens.
Hommels, die ook niet willen steken, sterven aan het eind van de zomer ook uit. Ook daarvan gaat een koningin ergens op een rustig plekje in winterslaap.

Verdwijnziekte
In de jaren 2010 – 2016 hadden we last van de “Verdwijnziekte” van de bijen. Het kwam dan voor dat een op het oog gezond bijenvolk, met een kast vol voer, plots weg was. Een voor een vlogen de bijen blijkbaar uit de kast, waar het veel te koud was om te overleven. Dat gebeurde meestal voor eind december. Raadsels alom. Het is een soort collectieve stoornis in het oriëntatiesysteem van de bijen. Waarom, waardoor? Er waren gebieden in de USA waar 60% van de volken zo stierf. In Nederland op sommige plaatsen 50%. De imkers van Weverkeshof hebben weinig volken verloren. Ikzelf heb in die jaren maar 1 volk verloren, inclusief de volken thuis.
De oorzaak is hoogstwaarschijnlijk een combinatie van factoren.
Allereerst de Varroa-mijt (varroa destructor). Een heel klein beestje dat al in het larf-stadium van de bij, sappen wegzuigt van die bij. Dat vermindert de weerstand van de bij in zijn algemeenheid. Daarbij komt het gebruik in de landbouw van neonicotinoiden. Dit middel, waarmee allerlei zaai-zaden worden “gewassen”, trekt in de plant en voorkomt zo schimmel een andere ongemakken van de toekomstige plant. Je vindt het ook terug in de latere bloem en vrucht, maar ook in grondwater en sloten. Blijkt slecht te zijn voor alle insecten. Men is bezig met een verbod, maar het duurt en duurt.
Ook hebben we in veel landen te maken met mono-culturen. Langs akkers zie je nog maar weinig andere vegetatie, dan wat er op de akkers staat. Eentonige en saaie voeding voor bijen, die ook variatie nodig hebben.
Enige combinatie van het voorgaande lijkt oorzaak te zijn van de verdwijnziekte. Er worden al wat minder neonicotinoiden gebruikt en de bestrijding van de varroa-mijt wordt in de meeste landen consequent en grondig ter hand genomen. De mijt is vooralsnog niet uit te roeien, al doet men verwoede, natuurlijke, pogingen. Succes in zicht.

Honing
Imkeren is een bezigheid met de natuur, waar je ook grotendeels afhankelijk bent van de natuur. Gelukkig maar, houd ik me vaak voor.
De meeste van de imkers in Nederland (6.500 ongeveer) zijn hobby-imkers met zo’n 2 tot 30 volken. Hoewel we doorgaans de toekomst van de bij voorop stellen, is de honingopbrengst een heel leuke en smakelijke bijkomstigheid.
Alle hobby’s kosten geld, dus ook deze. Wat je in Nederland voor een potje echte Nederlandse honing betaald is doorgaans weinig. De Europese wetgeving is er duidelijk over: niet fijn filteren, niet verwarmen boven 40 graden. Op etiketten in de winkel lees je vaak: “deze honing bestaat uit EU en niet-EU honing”. Met andere woorden: een groot deel van de honing uit het potje komt van buiten de EU en kan dus behoorlijk verwarmd zijn, waardoor bijenenzymen verdwijnen, en/of fijn gefilterd, waardoor pollen/stuifmeel verdwijnen. Op Weverkeshof verkopen we alleen echte Nederlandse honing van bekende imkers uit de buurt (en imkervereniging).

Ik houd mijn bijen altijd op een vast locatie, maar er zijn imkers die in het voorjaar bijvoorbeeld naar de blauwe bes gaan, of naar de boomgaarden. Als we een normaal jaar hebben, eigenlijk bedoelen we dan een optimaal jaar voor de bijen, zal ik per volk op een vaste locatie 25-30 kg honing oogsten. Een normaal of optimaal jaar is het zelden is mijn ervaring. Er zijn ook jaren dat een volgroeid volk op vaste locatie nog geen 15 kilo honing laat oogsten.
Je moet dan wel weten dat ik nooit de honing uit de broedkamers haal, alleen uit de honingkamer. Voor het inwinteren geef ik de bijen ook ongeveer 12 kilo suiker terug, anders overleven ze de winter niet.
Echte honing kristalliseert (versuikerd) altijd. Dat hangt af van de bloem/boom waar de nectar vandaan komt. De verhouding Fructose-Glucose bepaalt of honing snel (veel glucose, na een maand al- zonnebloemhoning) of langzaam (veel fructose, na een half jaar, bv acacia-honing) kristalliseert.

Crème-honing
Van alle honing kan crème –honing worden gemaakt. Het wordt vooral vaak van de snel kristalliserende- veel glucose- honingen gemaakt (klaver, koolzaad, zonnebloem). Die honing is beter smeerbaar, smaakt iets romiger en je plakt niet tot aan je ellenboog als je de honing smeert.
Hij wordt gemaakt door aan een emmer verse honing een lepel gekristalliseerde honing toe te voegen. Vervolgens wordt de honing in die emmer twee maal daags, gedurende 14 dagen, met een grote mixer (speciemixer op boormachine) goed gemixt. Daarna in potjes doen. Klaar.

Nog meer over honingslingeren: zie “honingslingeren”